Nieuws ma 8 mrt. 2021

Hugo de Groot bespreekt... Catalogue d’Oiseaux

Onze collega Hugo de Groot deelt graag zijn rijke muzikale kennis met Vrienden.

De Franse componist Olivier Messiaen studeerde al vanaf zijn elfde jaar aan het conservatorium in Parijs. Hij kreeg er les van bijvoorbeeld componisten Paul Dukas en organist en componist Marcel Dupré. Zijn carrière bestaat uit een aaneenschakeling van belangrijke posities in de muziekwereld. Zo was hij docent harmonieleer aan het Parijse conservatorium, waar Pierre Boulez, Iannis Xenakis, Toru Takemitsu en Ton de Leeuw tot zijn zeer talentvolle leerlingen behoorden. Daarnaast is hij wereldwijd bij een breed publiek bekend als een componist van groots georkestreerd en overdonderend werk. Zijn Turangalîla-symfonie is daarvan het beste voorbeeld; het is ook zijn meest gespeelde werk.

Ooit heeft Messiaen gezegd, toen hem werd gevraagd zichzelf te beschrijven: ‘Ik ben een musicus, want dat is mijn beroep. Een ritmoloog, want dat is mijn specialiteit. Een ornitoloog [vogelkenner], want dat is mijn passie.’  Deze drie deze kwaliteiten hoor je sterk terug in zijn oeuvre. Daarnaast is religie een zeer belangrijk element in zijn leven en composities. Zijn geloof in het goddelijke was groot; dat geloof vond hij terug in de geluiden van de natuur, in het bijzonder in het gezang van vogels. Deze fascinatie voor vogelzang hoor je terug in diverse composities. Oiseaux exotiques, Éclairs sur l'Au-Dela en het derde deel van het Quatuor pour la Fin du Temps   (Abîme des oiseaux) zijn daarvan goede voorbeelden. Zijn grote affiniteit met de wereld van de vogels wordt nog eens onderstreept met zijn opera over Franciscus van Assisi: Saint Francois d’Assise.

Tussen 1956 en 1958 schreef Messiaen de zevendelige pianobundel Catalogue d’Oiseaux. Een collectie van dertien verschillende vogels uit diverse streken van Frankrijk. Messiaen laat zich inspireren door hun zang, de vogels uit de streek van de ‘solist’ en zoals hij het zelf noemde ‘de wonderen der natuur’. Hij droeg de bundel op aan zijn tweede vrouw en tevens muze, de uiterst begaafd pianiste Yvonne Loriod.

Messiaen zoekt met zijn ‘verklanking’ van vogelzang niet naar een lyrische benadering zoals  bijvoorbeeld in The Lark Ascending (’De stijgende leeuwerik’) van Engelse componist Ralph Vaughan Williams. Daar hoor je door middel van een solopartij voor viool de verklanking van een leeuwerik. De viool imiteert de vogel in een bekoorlijke en fantasierijke melodie. Het orkest is als een warm bad voor deze partij. Bij Messiaen hoor je blokken met klanken en kortere melodieën die ritmisch goed te volgen zijn, maar elkaar onlogisch en grillig opvolgen. Soms abrupt en bruut, maar ook intiem en lieflijk. Het komt over als improvisatie. Net als bij de vogels klinkt het alsof het spel van de pianist hem of haar zonder enig plan overkomt.

Deze schijnbare toevalligheid is in de muziek van Messiaen echter met uiterste precisie genoteerd. Alles staat op papier. Voor de pianist dus geen toevalligheid, maar een zeer nauwkeurig uitgeschreven partituur. Daarbij gaat Messiaen zelfs zo ver dat hij het onderscheid vastlegt tussen de klankwereld van de vogel in de ochtend, middag, avond en nacht. Hij was zich er bewust van dat vogelkenners, en zelfs de vogel in kwestie, de melodie zeer waarschijnlijk niet zouden herkennen. Messiaen was vooral trots op zijn zorgvuldige notatie van het vogelgezang. Bovendien verwerkte hij in de dertien delen ook geluiden van andere vogels uit dezelfde omgeving. Dat gaf hem de vrijheid om nog veel meer zijn eigen draai te geven aan het werk en daarmee tot een herkenbaar idioom te komen. Hij noemt de werken een muzikale reactie en dus niet een compositie.

Uiteindelijk zijn  meer dan 70 verschillende vogels, hun zang en hun omgeving samengesmolten tot inventieve en intuïtieve klankwerelden die groots, grillig en op z’n tijd overdonderend turbulent klinkten.

De dertien vogels in Catalogue d’Oiseaux:

Le Chocards de Alps  - Alpenkauw 

Le Loriot d’Europe – Wielewaal

Le Merle bleu – Blauwe rots lijster

Le Traquet Strapazin – Westelijke blonde Tapuit

La Chouette Hulotte – Bosuil

L’Alouette lulu – Boomleeuwerik

La Rousserolle Effarvatte – Kleine Karekiet

L’Alouette Calandrelle – Kortteen Leeuwerik

La Bouscarle – Cetti’s Zanger

Le Merle de roche – Rode rotslijster

La Buse variable – Buizerd

Le Traquet rieur – Zwarte Tapuit

Le Courlis cendré - Wulp