Nieuws di 18 mei 2021

Hugo de Groot bespreekt... de Tweede symfonie van Sibelius

Onze collega Hugo de Groot deelt graag zijn rijke muzikale kennis met Vrienden.

Sibelius’ Tweede symfonie en de late Romantiek
In de negentiende eeuw ontstaat er na het Classicisme een nieuwe stroming binnen de muziek: de Romantiek. De nieuwe stroming ontwikkelt zich hoorbaar in composities van Beethoven, Mendelssohn en Schubert, die, in het licht van de muziekgeschiedenis, als overgangsfiguren kunnen worden beschouwd. Zij staan met één been in het Classicisme en met het andere in de Romantiek.

Het Classicisme (ca. 1730-1815)
Het Classicisme kenmerkt zich voor eenvoudige melodieën en homofone composities. Er werd gespeeld met kleine orkesten bestaande uit 15 tot 25 leden. De werken waren kort en bondig, en een symfonie bestond bijna altijd uit vier delen met een vaste opbouw: Allegro, Adagio of Andante, Menuet, Allegro. Ritme was ondergeschikt aan het tempo, en de sfeer die het werk uitademde was opgewekt en open. Er werd gecomponeerd volgens een vast idee, waarbij de structuur van de muziek gevangen bleef in een beperkt niveau van emotionaliteit.

De Romantiek (ca. 1800-1915)
Tijdens de hele negentiende eeuw ontwikkelt de Romantiek, een stroming die zorgt voor een structureel andere beleving van muziek. Centraal in deze periode staat de liefde voor de natuur, en ook de mens als individu wordt steeds belangrijker. De term ‘Sehnsucht’ (heimwee, verlangen) is de rode draad om uitdrukking te geven aan vaak onvervulde en/of ongelukkige liefdes, en het verlangen naar het paradijs en arcadische uitzichten op de natuur.

Componisten en solisten krijgen een magnetische aantrekkingskracht bij het grote publiek en worden daardoor enorm populair. Rond componisten als Paganini, Liszt en Wagner hangt een ware cultus. De interesse voor cultuur staat centraal en de hang naar het bovennatuurlijke, of beter: het occulte, groeit.

Op muziekgebied heeft het zijn weerslag in een hoorbaar grotere emotionele lading. De symfonieën werden langer en krijgen een andere en vaak willekeurige indeling. Soms twee- of driedelig, maar soms zelfs ook vijf- of zesdelig. Nieuwe instrumenten worden in het orkest geïntroduceerd om andere klankwerelden te scheppen en daarmee het publiek te verrassen en te emotioneren. Conservatoria en concertzalen worden toegankelijk voor iedereen die het een beetje kon betalen (er is geen mecenas meer nodig, zoals in het Classicisme). En ook de technische kwaliteit van de musici werd steeds beter.

Een overzicht van de verschillende tijdvakken:

  • De vroege Romantiek (ca. 1800-1830). Voorbeelden: Beethoven, Mendelssohn, Schubert
  • De hoge Romantiek (ca. 1830-1870). Voorbeelden: Chopin, Brahms, Tsjaikovski, Wagner, Berlioz
  • De late Romantiek (ca. 1870-1915). Voorbeelden: Mahler, Bruckner, Sibelius

Kortom: van kleine en vormelijke emoties en de heersende ratio in het Classicisme ging men naar extreme gevoelsmuziek in een veel vrijere vorm in de Romantiek.

Jean Sibelius
(8-12-1865 Hämeenlinna, Finland – 20-9-1957 Järvenpää, Finland)
Midden in de negentiende eeuw wordt Jean Sibelius geboren. Hij groeit op in een land dat, na eeuwen bij Zweden gehoord te hebben, wordt overheerst door Rusland. In zijn leven maakt hij mee dat Finland zich onafhankelijk verklaart in 1917 en in de Winteroorlog van 1939 weer wordt aangevallen door de Russen, maar daarin stand weet te houden. Tussen 1944 en 1945 strijden de Finnen tegen de Duitsers, net als veel andere landen in Europa. De echo van de strijd tegen de Russen vindt nog steeds zijn weerklank in het niet aansluiten van Finland bij de NAVO. De eeuwige strijd om erkenning en identiteit tekent Finland.


Deze strijd is ook een rode draad in Sibelius’ leven. Met de zoektocht naar de verklanking van de Finse ziel in composities als Finlandia en de Karelia Suite, vindt hij een muzikale wereld die appelleert aan een nationalistisch Fins gevoel. In de Tweede symfonie vertolkt hij de zware strijd van de Finnen tegen de overheersing. Het werk ging op 6 maart 1902 in première, bij de Helsinki Philharmonic Society onder leiding van de maestro zelf.

Gek genoeg blijft Sibelius trouw aan de succesvolle classicistische sonatevorm, maar op een hele eigen en vrije manier. De schijnbaar losse thema’s blijven in evenwicht en voegen zich op latere momenten samen en vormen op deze manier een toverachtige en mystieke klankwereld. Met name het slotdeel eindigt in een dionysische extase die een onverzettelijkheid uitdrukt met een sterk gevoel van patriotisme en overwinning. Misschien steekt het wat af bij de andere delen en neigt dit deel naar een soort banaliteit, maar toch werkt het heel goed en houdt het de luisteraar aandachtig geboeid.

Veel luisterplezier gewenst!


Meer weten?