Luistersessie gemma en stoelen sjabl3 milagro elstak
woensdag 1 april 2026

April: Zo vinden orkestmusici hun instrumenten

Meer dan de helft van de musici in het Concertgebouworkest speelt op instrumenten in bruikleen van de Foundation Concertgebouworkest, mede dankzij particuliere schenkingen. Hoe vinden musicus en instrument elkaar en wie is de matchmaker? Een kijkje achter de schermen.

De orkestrepetitie is afgelopen en een verwachtingsvolle stilte blijft hangen. Gemma Lee staat vooraan op het podium, achter haar lege lessenaars en verlaten stoelen. Ze zet de viool onder haar kin en begint te spelen. Bach. Een fragment van een paar minuten, dan pakt ze een andere viool. Her en der in de zaal luisteren collega’s van de instrumentencommissie met geconcentreerde blik. We zijn bij een luistersessie (zie ook de foto's hierboven). Gemma vergelijkt een viool van instrumentbouwer Jacobus Stainer uit 1674 met haar eigen viool.

Ze stopt en kijkt aarzelend naar de andere musici. ‘Dit werkt niet’ klinkt het vanuit de zaal, ‘het verschil met je eigen viool is te groot. Laten we vergelijken met een ander instrument.’ Benjamin Peled brengt zijn viool naar voren – een Vuillaume, eigendom van de Foundation. Weer Bach. En dan gebeurt er iets, er gaat iets open. Gemma speelt krachtig en met hoorbaar plezier, de klank uit Benjamins instrument vult de ruimte.

Later speelt collega Alessandro Di Giacomo op de Stainer zodat Gemma vanuit de zaal kan luisteren. Eigenlijk is het voor iedereen al duidelijk. Gemma: ‘De Stainer spreekt heel direct aan, en de lichtheid, de helderheid vind ik mooi. Maar ik mis diepte, a more bassy sound’. Ik houd ervan om écht te werken, diep in de snaar te spelen – maar deze viool kan mijn manier van spelen niet aan’. Hanna Philips, verantwoordelijk voor de instrumenten van het orkest, vat het samen: ‘Gemma, dit is ‘m niet en die uitkomst is ook goed.’

Onverwachte kans

Na afloop in de artiestenfoyer vertelt Gemma dat het een bijzondere ervaring was: ‘Ik heb niet veel op oude instrumenten gespeeld, zeker niet van dit niveau’. Ze speelt zelf op een moderne viool – twintig jaar oud – die haar de afgelopen jaren trouw door audities en concoursen heeft geleid. De laatste tijd mist ze echter een bepaalde warmte en rijkdom in de laagte. Aangemoedigd door haar collega’s van de eerste violengroep liet ze Hanna weten op zoek te willen naar een ander instrument.

Toevallig werd Hanna de dag erna benaderd door een Franse musicus die zijn viool wilde verkopen. Hij kwam naar Nederland en Gemma kon hem proberen. ‘Mijn eerste indruk gisteren was een heel mooie ronde klank, elegant. Maar ik miste toen al de ondertonen die ik normaal in mijn lichaam voel. En ook in de zaal, ik voelde me niet voldoende ondersteund. Bij de viool van Ben voelde ik dat wel.’

‘We verzamelen geen instrumenten, er moet wel een bespeler zijn’

In gesprek met Hanna leren we meer over de procedure rond de aankoop van instrumenten. Dit was een onverwachte kans: een heel oude viool van een interessante bouwer, met een taxatierapport van een expert met aanzien. ‘Ik zag al snel dat Gemma hem wel mooi vond, maar dat ze geen echte passie voelde voor het instrument’, vertelt Hanna. ‘Dus ze twijfelde: is de eerste jurk die ik aantrek dan ook meteen dé jurk? Niet dus.’

Het orkest krijgt wel vaker instrumenten aangeboden vertelt Hanna, ‘maar dat is dan bijvoorbeeld een viool van 10 miljoen, totaal onbereikbaar. Of het andere uiterste, een tante of oom komt met een oude dwarsfluit die niks meer waard is… Laatst een prachtige cello, maar onze cellisten zijn al voorzien. We verzamelen geen instrumenten, er moet wel een bespeler zijn.’

Hanna philips foto milagro elstak luistersessie sjabl3
Hanna philips foto milagro elstak luistersessie sjabl3

Wormgaten

Meestal verloopt de procedure andersom, begint het met een musicus die een instrument heeft gevonden waar hij of zij heel graag op zou willen doorspelen. Dan organiseert Hanna de luistersessie – ook als het instrument daarvoor uit het buitenland gehaald moet worden. Er wordt nooit een strijkinstrument gekocht zonder dat de instrumentencommissie hem gehoord heeft. En als de commissie en een gelukkige musicus na de sessie besluiten: ‘Tada! Dit is ‘m!’, begint het echte werk voor ‘matchmaker’ Hanna. Zeker bij oudere strijkinstrumenten begint dan een vervolgonderzoek waarvoor ze bouwers in binnen- en buitenland raadpleegt. Bijvoorbeeld laatst nog letterlijk met een cello op haar rug naar Cremona. ‘In het vliegtuig, in de trein om van een expert te horen of ik op mijn rug heb wat ik denk dat het is. Klopt de informatie over de bouwer, het bouwjaar, de houtsoorten, lakkleur, alles? In dit geval moest ik daarvoor naar een kenner van Goffriller-cello’s.

‘De Stradivarius van de recent gepensioneerde Marijn Mijnders wacht nog op een nieuwe bespeler in de kluis’

Er was ook eens een prachtige contrabas met wormgaten. Toen ben ik met dat instrument naar het Rijksmuseum geweest om het daar in de röntgen te doen. De wormen bleken gelukkig de goede kant op gegeten te hebben – het blad was niet van binnenuit aangetast. Dat soort exercities onderneem ik niet voor alle instrumenten, maar als het over een aantal ton gaat… De Foundation besteedt er heel veel geld van schenkers aan, dan mag er geen enkele twijfel bestaan. Soms krijg je de perfecte papieren niet op tafel. Of er hangt iets aan de naam van de eigenaar. Dan doen we het niet, hoe jammer ook.’

Zorgenvrij

De meest kostbare instrumenten zijn vaak gekoppeld aan een specifieke positie, zoals die van concertmeester, aanvoerder of plaatsvervangend aanvoerder. Zo wacht de viool, een Stradivarius, van de recentelijk gepensioneerde Marijn Mijnders in de kluis op een nieuwe tweede concertmeester. ‘Deze spelers zitten vooraan en hebben soms solo’s,’ legt Hanna uit. ‘Hun geluid moet tot achter in de zaal dragen. Dat vraagt om betere instrumenten. Schaarser. Dus duurder.’

Sommige instrumenten zijn vele miljoenen waard. In die prijsklasse heeft het orkest geen instrumenten. Wel heeft de Foundation een paar violen van meer dan een miljoen in bruikleen van particulieren of familiestichtingen. Hanna: ‘Zelf kopen we prachtige, degelijke oude instrumenten en bijzondere nieuwe – geen violen van Stradivari, maar wél instrumenten die musici persoonlijk nooit kunnen betalen en die kunnen bijdragen aan de klank van het orkest. Je wil als toporkest dat je musici topinstrumenten tot hun beschikking hebben. Zorgenvrij. Zodat ze ook gewoon een huis kunnen kopen.’
 

‘Je wil als toporkest dat je musici topinstrumenten tot hun beschikking hebben. Zorgenvrij’

Bij blaasinstrumenten werkt het anders. Die zijn op enig moment aan vervanging toe, en veel blazers hebben afhankelijk van het repertoire verschillende soorten instrumenten nodig. Klarinettisten spelen Mozart bijvoorbeeld liever op andere instrumenten dan Mahler, de trompetsectie heeft trompetten in vele soorten en maten, en hoornisten beschikken over hoorns in verschillende stemmingen. ‘Blazers hebben vaak een relatie met bouwers. Hoboïsten reizen af naar Parijs om in de fabriek instrumenten uit te proberen. Trompettisten zoeken vaak een specifiek merk, waar ze dan allemaal op kunnen spelen zodat het mooi mengt. Dus koop je in één keer vijf trompetten.’

Een cirkeltje rond maken

Het leukst vindt Hanna het als ze een instrument kan koppelen aan een schenker. Iedereen die een algemene schenking doet aan het orkest, draagt al voor een deel bij aan de werving en het onderhoud van instrumenten. Ook zijn er mensen die via een nalatenschap willen zorgen dat de musici ook in de toekomst over topinstrumenten kunnen beschikken. Maar er zijn ook schenkers die doelbewust bijdragen aan een specifiek instrument. Toen de slagwerkers laatst een bijzondere trommel op het oog hadden, dacht Hanna meteen aan twee echte slagwerkliefhebbers onder de schenkers. ‘Ze kennen al die mannen. Dolblij waren ze met de kans op die manier extra bij te dragen.’ Hanna bracht ze ook in contact met de musici, zodat ze het instrument van dichtbij konden bekijken. ‘Dat maakt ineens een cirkeltje rond.’

Chocolade-achtig

Gemma begint ondertussen aan haar zoektocht en Hanna zal haar volgen vanaf de zijlijn. ‘Er is geen haast, ze kan bij verschillende bouwers instrumenten gaan proberen, bijvoorbeeld als ze met het orkest op tournee is, dan ontwikkelt ze een idee van haar ideale klank. En dan opeens vindt ze ‘m, misschien wel om de hoek.’ Gemma omschrijft wat ze zoekt: ‘Ik houd van een donkere, chocolade-achtige klank, maar tegelijkertijd van helder en elegant. Maar misschien bestaat er nog wel iets mooiers dan ik me voor kan stellen.’

Meer over de instrumenten van de orkestleden leest u elke maand in onze rubriek Orkestlid. Deze maand: harpiste Anneleen Schuitemaker.

Dit artikel verscheen eerder in Preludium, het muziekmagazine van Het Concertgebouw en het Concertgebouworkest. Met Preludium heeft u altijd alle concertinformatie bij de hand, kijkt u mee achter de schermen, leest u interviews met beroemde musici en dirigenten, en komt u meer te weten over Het Concertgebouw en het Concertgebouworkest. Meer artikelen lezen? Ga naar www.preludium.nl